Bedrijfsruimte (290 BW)

kleinhandelsbedrijf

restaurant- of cafebedrijf

ambachtsbedrijf

hotelbedrijf

Kantoorruimte (230a BW)

overige bedrijfsruimte

banken, kantoren, pakhuizen

fabrieken

bedrijfsruimten van artsen etc.

Woonruimte (232 BW)

gebouwde onroerende zaak

zelfstandig of onzelfstandig

geliberaliseerd of niet-geliberaliseerd

niet zijnde aard van korte duur

290 bedrijfsruimte

Bij artikel 7: 290 BW bedrijfsruimte is de contractsvrijheid iets beperkt. Er is veel dwingend recht.

2 jaar of korter

De huurovereenkomst eindigt van rechtswege, zonder huuropzegging, indien de huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 2 jaar of korter. Bij het bereiken van de einddatum eindigt ook de huurovereenkomst. Geen huurbescherming van de huurder. Zie toe op ontruiming. Pas op voor stilzwijgende verlenging. De verhuurder krijgt dan te maken met artikel 7: 301 lid 2 BW: van rechtswege een huurovereenkomst van 5 jaar, waarop de reeds verstreken 2 jaar in mindering komen. Het volledige wettelijke huurregime is dan van kracht (geworden), inclusief huurbescherming.

5 jaar + 5 jaar

In de regel geldt er een wettelijke duur van huurovereenkomst, te weten: 5 jaar + 5 jaar.

De opzegtermijn bedraagt (ten minste) 1 jaar. De verhuurder moet altijd de gronden van zijn huuropzegging vermelden. De kantonrechter moet door de verhuurder worden ingeschakeld (vordering) om tot een daadwerkelijke beëindiging van de huurovereenkomst te komen indien de huurder niet instemt met de huurbeëindiging. Hieruit blijk de wettelijke huurbescherming van de huurder.

De huurder kan altijd opzeggen zonder opgave van redenen, doch niet eerder dan tegen het einde van de overeengekomen termijn, met een opzegtermijn van 1 jaar.

230a bedrijfsruimte

Bij artikel 7: 230a BW bedrijfsruimte is er een grote mate van contractsvrijheid.

De huurovereenkomst eindigt van rechtswege, zonder huuropzegging, indien de huurovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd. Bij het bereiken van de einddatum eindigt ook de huurovereenkomst. Zie toe op ontruiming, met aantekening dat de (gewezen) huurder wel ontruimingsbescherming kan inroepen (zie laatste alinea). Pas op voor stilzwijgende verlenging. De verhuurder krijgt dan te maken met artikel 7: 230 BW: de huurovereenkomst wordt dan voor onbepaalde tijd verlengd, tenzij van een andere bedoelding blijkt.

Is er geen huurtermijn overeengekomen of is de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan of voor onbepaalde tijd voortgezet, dan is huuropzegging noodzakelijk wil er een einde kunnen komen aan de huurovereenkomst.

De opzegtermijn is in de regel gelijk aan de overeengekomen betaalperiode (meestel per maand of per kwartaal). De opzegtermijn is echter ten minste 1 maand tegen een voor huurbetaling overeengekomen dag.

Met name bij een langlopende huurovereenkomst kan de redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen dat er een langere opzegtermijn in acht moet worden genomen. Bijvoorbeeld: niet 1 maand maar 3 maanden opzegtermijn.

De huurder kan bij de kantonrechter ontruimingsbescherming inroepen binnen 2 maanden na het tijdstip waartegen schriftelijk ontruiming is aangezegd, met uitzondering indien:

- de huurder de huur zelf heeft opgezegd;
- de huurder uitdrukkelijk met de huuropzegging van de verhuurder heeft ingestemd;
- de huurder door de rechter veroordeeld is tot ontruiming wegens niet nakoming van zijn verplichtingen.