Huurbescherming.

Huurbescherming bij woonruimte.

opzegging eindigt de huur niet

contract duurt voort

er is huurbescherming

mogelijk geen einde

initiatief bij verhuurder

geen fatale termijn

uitspraak via kantonrechter

tot dat onherroepelijk is beslist

Huurbescherming

De huurder van artikel 7: 232 BW woonruimte is wettelijk beschermd met behulp van termijnbescherming en de daaraan gekoppelde opzeggingsbescherming. Kortom: er is huurbescherming.

De huurder en de eventuele aanwezige medehuurder van zelfstandige en onzelfstandige woonruimte, een woonwagen of een (woonwagen)standplaats heeft recht op huurbescherming als de verhuurder zonder instemming van de huurder de huur opzegt. De opzegging moet bovendien zijn gegrond op een van de in de wet verankerde opzeggingsgronden.

De huuropzegging door de verhuurder brengt geen einde aan de huurovereenkomst (huurbescherming). Indien de verhuurder de huurovereenkomst daadwerkelijk wenst te eindigen, zal de rechter daarover op zijn verzoek een uitspraak moeten doen. Pas als de vordering is toegewezen en het vonnis onherroepelijk is geworden, komt de huurovereenkomst definitief tot een einde. Het procesinitiatief ligt dus bij de verhuurder.

Wettelijke mogelijkheden tot verhuur

- 2 jaar of korter bij zelfstandige woonruimte: de huur eindigt dan van rechtswege (maar de de ontruimg moet wel schriftelijk worden aangezegd), tenzij het gebruik langer dan twee jaar heeft geduurd. In dat geval geldt van rechtswege een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd;
- 5 jaar bij onzelfstandige woonruimte, daarna onbepaald, tenzij opgezegd tegen de einde van de overeengekomen termijn;
- onbepaalde tijd;
- huur bij tijdelijke afwezigheid van de huurder of eigenaar/verhuurder, met schriftelijk ontruimingsbeding, diplomatenclausule, tussenhuur;
- huur naar zijn aard van korte duur;
- huur voor bepaalde tijd op grond van de Leegstandwet;

De wet kent limitatief opgesomde huuropzeggingsgronden. De enkele opzegging door de verhuurder maakt geen einde aan de huurovereenkomst, met uitzondering van het contract van 2 jaar of 5 jaar, tenzij de huurder instemt. Anders moet de verhuurder een beëindigingsprocedure starten bij de kantonrechter.